Home › Vragen › Is het een fase?
Is het een fase?
Een "fase" klinkt afdoend, maar de term doet onrecht aan wat onderzoek werkelijk toont: bij de meeste kinderen met genderdysforie verdwijnt die dysforie tijdens of na de puberteit. Dat is geen oordeel — het is een cijfer.
Doe de check
Is dit een fase, of zit het dieper?
50 ja/nee-vragen helpen onderscheiden tussen langlopende dysforie en wat er nog meer speelt. Direct uitkomst, anoniem.
Wat zeggen de cijfers?
Elf prospectieve studies, samengevat door Ristori en Steensma in 2016, vonden dat tussen de 60 en 90 procent van de kinderen die in de kindertijd dysforie vertoonden, die dysforie verloren rond of na de puberteit. Veel van hen bleken homoseksueel als ze opgroeiden. Steensma's eigen Amsterdamse cohort liet 84 procent desistance zien.
Een verhaal van iemand die het zelf doormaakte
Ik was zeven en wilde een jongen zijn. Ik droeg de overhemden van mijn broer, ik weigerde rokken, ik koos zoveel mogelijk «jongensspeelgoed». Toen ik elf werd kwam er iets vreemds: ik wilde nog steeds geen rok, maar ik begon te merken dat ik op meisjes viel. Tegen mijn zestien wist ik dat ik lesbisch was. De «jongensfase» was niet weg — ik draag nog steeds graag overhemden — maar de behoefte een jongen te zijn, of het idee dat ik dat moest zijn om mijzelf te zijn, was opgelost. Hadden mijn ouders me sociaal laten transitioneren toen ik tien was, dan zat ik nu hoogstwaarschijnlijk op testosteron met spijt.
Wat met adolescenten?
Bij adolescenten met late-onset is het beeld onduidelijker. De Tavistock-kliniek in Londen, sinds 2012 een explosie van verwijzingen, kon nooit overtuigende langetermijndata leveren — dat is precies waarom de kliniek in 2024 sloot na het Cass-rapport. Voor late-onset bij meisjes vanaf 12 is sociale besmetting (Littman 2018) een serieus deel van de verklaring.
Wat als "fase" klinkt als afwijzing?
Het is geen kleinering. Tieners ontwikkelen identiteit door verschillende posities uit te proberen — politiek, religieus, seksueel, esthetisch. Sommige beklijven, andere niet. De vraag is niet of het "echt" is nú, maar wat er overblijft over vijf jaar. Erik Erikson noemde dit identiteitsdiffusie en -consolidatie. Het is een normaal psychologisch proces.
Sociale transitie is niet neutraal
Een belangrijk inzicht uit Steensma's eigen onderzoek (2013) en bevestigd in Cass (2024): kinderen die sociaal getransitioneerd worden — nieuwe naam, nieuwe voornaamwoorden, nieuwe sociale rol — persisteren significant vaker dan kinderen die niet sociaal getransitioneerd zijn. Dat is geen bevestiging van dat ze «echt trans waren»; het is een effect van de sociale transitie zelf. Watchful waiting beschermt juist tegen dat lock-in effect.
Wat doe je in de tussentijd?
Watchful waiting — wachten en kijken, terwijl je met een therapeut praat — is volgens het Cass-rapport (2024) het meest verantwoorde traject voor minderjarigen. Geen sociale transitie als die niet door de minderjarige zelf wordt aangedrongen, geen onomkeerbare medische stappen. Zie ook Hormonen stoppen, hoe? en Hannah Barnes — Time to Think.
Praten met kind of tiener
Als ouder kun je een kind dat zegt trans te zijn niet wegwuiven, ook niet onmiddellijk bevestigen. O'Malley spreekt van «parental holding»: aanwezig blijven zonder een uitkomst af te dwingen. Vraag wat het kind voelt, wat het ziet, wat het denkt over de tijd. Vraag niet alleen over gender, maar over alles: school, vriendschappen, lichaam, online-tijd. De ruimte van «misschien is dit niet het hele verhaal» openhouden is een geschenk.
Bronnen
- Ristori J, Steensma TD. (2016). Gender dysphoria in childhood. Int Rev Psychiatry.
- Cass H. (2024). Independent Review of Gender Identity Services. cass.independent-review.uk.
- Steensma TD et al. (2013). Factors associated with desistence and persistence. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry.
- Littman L. (2018). Rapid-Onset Gender Dysphoria. PLoS ONE.